Suiker en Systeem: De Ongebroken Ketens van Mauritius
Een analyse van hoe de afschaffing van slavernij op Mauritius leidde tot het 'Grote Experiment': een systeem van contractarbeid dat uitbuiting voortzette.

Kernpunten
- Mauritius was een laboratorium voor het Britse Rijk, waar na de afschaffing van de slavernij in 1835 een nieuw systeem van uitbuiting werd ingevoerd.
- Het 'Grote Experiment' met contractarbeid rekruteerde bijna een half miljoen Indiërs om de tot slaaf gemaakte Afrikanen op de suikerplantages te vervangen.
- Slavenhouders ontvingen enorme sommen compensatie voor hun 'verlies van eigendom', terwijl de tot slaaf gemaakten en contractarbeiders niets kregen.
- Hoewel contractarbeid juridisch verschilde van slavernij, zorgden schuldslavernij, repressieve wetten en geweld voor een voortzetting van de onderdrukking.
- De hedendaagse demografische samenstelling en de sociaaleconomische hiërarchieën van Mauritius zijn een directe erfenis van deze twee opeenvolgende systemen van dwangarbeid.
Mauritius was voor het Britse Rijk een laboratorium: een eilandtestcase voor een nieuw model van koloniale uitbuiting na de formele afschaffing van de slavernij. Het zogenaamde 'Grote Experiment' met contractarbeiders was geen breuk met het verleden, maar een berekende voortzetting van de logica van de plantage-economie. Het verving de fysieke keten van de slavernij door de contractuele keten van schuldslavernij, waarmee een systeem werd geperfectioneerd dat de winsten uit suiker maximaliseerde en de menselijkheid van de arbeiders minimaliseerde.
Kernfeiten
- Koloniale Machten: Mauritius werd achtereenvolgens gekoloniseerd door de Nederlanders (1638-1710), de Fransen (1715-1810) en de Britten (1810-1968).
- Slavernij: De slavernij werd geïntroduceerd door de Nederlanders, maar op industriële schaal toegepast door de Fransen voor de suiker- en koffieplantages, met mensen uit Oost-Afrika en Madagaskar.
- Abolitie & Compensatie: De slavernij werd afgeschaft in 1835. De 852 slavenhouders op Mauritius ontvingen £2.112.632 aan compensatie. De 68.616 vrijgemaakte mensen ontvingen niets.
- Contractarbeid: Tussen 1834 en 1920 werden ongeveer 450.000 contractarbeiders, voornamelijk uit India, naar Mauritius verscheept om de arbeidskrachten te vervangen.
- Demografische Impact: Deze gedwongen en gecontracteerde migratie vormde de basis van de huidige multiculturele samenleving van Mauritius, waar de meerderheid van de bevolking van Indiase afkomst is.
Was Mauritius onbewoond vóór de Europese kolonisatie?
Ja, Mauritius was, net als de andere Mascarenen-eilanden (Réunion en Rodrigues), onbewoond toen het voor het eerst werd opgemerkt door Arabische en Austronesische zeevaarders rond de 10e eeuw. Ze vestigden er zich echter niet. De eerste Europeanen die voet aan wal zetten waren de Portugezen in het begin van de 16e eeuw, onder leiding van admiraal Pedro Mascarenhas, naar wie de eilandengroep is vernoemd. Ook zij stichtten geen permanente nederzetting, maar gebruikten het eiland als een tussenstop voor vers water en voedsel. De koloniale geschiedenis van Mauritius begint pas echt met de komst van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) in 1598, die het eiland 'Mauritius' doopte ter ere van prins Maurits van Nassau. Deze status als 'terra nullius' (niemandsland) werd door de Europese machten gebruikt als juridische rechtvaardiging voor de toe-eigening en de daaropvolgende introductie van een volledig geïmporteerde bevolking, eerst van kolonisten en later van tot slaaf gemaakte arbeiders.

Wie bracht de slavernij naar Mauritius en waarom?
De eerste, kleinschalige introductie van slavernij op Mauritius gebeurde door de Nederlanders tijdens hun twee pogingen tot kolonisatie (1638-1658 en 1664-1710). Ze brachten tot slaaf gemaakte mensen uit Madagaskar en later uit Batavia om te werken in de ebbenhoutkap en de landbouw. De Nederlandse nederzetting mislukte echter door cyclonen, plagen en het gebrek aan winstgevendheid. De systematische en grootschalige slavernij werd geïntroduceerd door de Fransen, die het eiland in 1715 overnamen en het 'Île de France' noemden. Onder het bestuur van gouverneur Bertrand-François Mahé de La Bourdonnais werd Port Louis ontwikkeld tot een strategische marinebasis en werd de landbouw, met name de suikerriet- en koffieteelt, de economische motor van de kolonie. Om de arbeid op deze plantages te leveren, organiseerde de Franse Oost-Indische Compagnie een intensieve slavenhandel, waarbij tienduizenden mannen, vrouwen en kinderen uit Oost-Afrika (met name Mozambique) en Madagaskar werden ontvoerd en naar het eiland werden verscheept.

Hoe functioneerde de slavernij op de Franse ‘Île de France’?
Onder Frans bewind was de slavernij op Île de France (Mauritius) een brutaal en sterk gereguleerd systeem, ontworpen om maximale economische opbrengst te genereren voor de suiker- en koffieplantages. Het leven van de tot slaaf gemaakten werd beheerst door de beruchte Code Noir, een decreet dat in 1685 door Lodewijk XIV was uitgevaardigd en later werd aangepast voor de Mascarenen. Hoewel de code beweerde enige bescherming te bieden, institutionaliseerde het de slavernij als eigendom (biens meubles of roerend goed) en legde het een systeem van totale controle en extreme straffen op. Tot slaaf gemaakten werkten van zonsopgang tot zonsondergang op de velden, in de suikermolens of in de huishoudens van de kolonisten. Fysieke bestraffing, zoals zweepslagen, brandmerken en verminking, was alledaags en legaal. De bevolking van tot slaaf gemaakten groeide snel en overtrof al snel het aantal witte kolonisten, wat leidde tot een constante angst voor opstanden. Dit resulteerde in een nog repressiever regime en de oprichting van een speciale politiemacht, de maréchaussée, om ontsnapte slaven (bekend als marrons) op te jagen.

Waarom namen de Britten Mauritius over in 1810?
De Britse verovering van Mauritius in 1810 was primair een strategische militaire beslissing, genomen in de context van de Napoleontische oorlogen. Het Franse Île de France was een uiterst succesvolle uitvalsbasis geworden voor Franse kapers en marinefregatten die de Britse handelsroutes in de Indische Oceaan aanvielen. Deze aanvallen brachten aanzienlijke schade toe aan de handel van de Britse Oost-Indische Compagnie met India en China. Een beroemd voorbeeld is de Slag bij Grand Port in augustus 1810, een zeldzame Franse marineoverwinning. De Britten realiseerden zich dat ze de Franse dreiging in de regio alleen konden neutraliseren door het eiland zelf in te nemen. Na een grootschalige invasie in november 1810 capituleerden de Fransen. Bij het Verdrag van Parijs (1814) werd Mauritius formeel een Britse kolonie. Cruciaal was dat de Britten de Franse plantage-eigenaren toestonden hun land, taal, religie en, het allerbelangrijkste, hun wetten met betrekking tot eigendom – inclusief tot slaaf gemaakte mensen – te behouden. Dit verzekerde een soepele overgang, maar bestendigde het systeem van slavernij.

Wat was de ‘Amelioration Period’ en verbeterde die het leven van tot slaaf gemaakten?
De 'Amelioration Period' (verbeteringsperiode), die in de jaren 1820 in het Britse Rijk werd ingevoerd, was een cynische poging om de groeiende abolitionistische beweging te sussen zonder de slavernij zelf af te schaffen. Het beleid was bedoeld om de 'ergste excessen' van de slavernij te verzachten door maatregelen zoals het beperken van zweepslagen, het reguleren van werkuren en het toestaan van huwelijken tussen tot slaaf gemaakten. In de praktijk was het een mislukking en een façade. De plantage-eigenaren in Mauritius, voornamelijk Franstalig en vijandig tegenover Brits ingrijpen, negeerden de regels massaal. De handhaving was zwak en de 'Protector of Slaves', een aangestelde functionaris, had weinig macht. Voor de tot slaaf gemaakte bevolking veranderde er in wezen niets. De dagelijkse realiteit van dwangarbeid, geweld en ontmenselijking bleef ongewijzigd. De periode diende vooral om de afschaffing uit te stellen en de economische belangen van de slavenhouders te beschermen, terwijl het een schijn van humanitaire vooruitgang creëerde.
Hoeveel compensatie kregen slavenhouders bij de afschaffing in 1835?
Bij de afschaffing van de slavernij in het Britse Rijk in 1835, via de Slavery Abolition Act van 1833, werd een enorm bedrag van £20 miljoen (ongeveer 40% van de nationale begroting van het Verenigd Koninkrijk destijds) gereserveerd om de slavenhouders te compenseren voor hun 'verlies van eigendom'. Mauritius, als een van de meest winstgevende suikerkolonies, ontving een aanzienlijk deel van dit bedrag. De 852 slavenhouders op het eiland, die gezamenlijk 68.616 mensen als bezit hadden geregistreerd, kregen een totale schadeloosstelling van £2.112.632. Dit komt neer op een hedendaagse waarde van honderden miljoenen euro's. De tot slaaf gemaakte mannen, vrouwen en kinderen die generaties lang hadden geleden onder dit systeem, ontvingen absoluut niets. Sterker nog, ze werden gedwongen tot een 'leerperiode' (apprenticeship) van vier tot zes jaar, waarin ze onbetaald moesten blijven werken voor hun voormalige meesters. Dit diende om de suikeroogst veilig te stellen en de overgang voor de plantage-eigenaren zo soepel mogelijk te maken.
| Categorie | Cijfers | Opmerkingen |
|---|---|---|
| Totaal gecompenseerde slavenhouders in Mauritius | 852 | Bestaande uit zowel individuen als bedrijven. |
| Totaal aantal 'gecompenseerde' tot slaaf gemaakten | 68.616 | Dit was het aantal mensen waarvoor de eigenaren werden betaald. |
| Totale compensatie betaald in Mauritius | £2.112.632 | Een aanzienlijk deel van het totale Britse fonds van £20 miljoen. |
| Gemiddelde compensatie per tot slaaf gemaakte | £30,79 | Betaald aan de eigenaar. |
| Compensatie betaald aan tot slaaf gemaakten | £0 | Zij ontvingen geen enkele vorm van herstelbetaling. |
Wat was het ‘Grote Experiment’ precies?
Het 'Grote Experiment' was de term die de Britse koloniale autoriteiten gebruikten voor hun baanbrekende, en uiterst winstgevende, systeem van grootschalige contractarbeid dat onmiddellijk na de afschaffing van de slavernij in Mauritius werd geïmplementeerd. Toen de 'leerperiode' van de voormalige slaven in 1839 eindigde en velen weigerden terug te keren naar de plantages, stonden de suikerbaronnen voor een acuut arbeidstekort. De oplossing was het rekruteren van arbeiders uit Brits-India. Mauritius werd het proefterrein. Tussen 1834 en de vroege jaren 1920 werden honderdduizenden Indiërs, bekend als coolies of girmitiyas (naar het 'girmit' of contract), onder valse voorwendselen en met misleidende beloften naar het eiland verscheept. Dit 'experiment' was bedoeld om te bewijzen dat een economie gebaseerd op 'vrije' loonarbeid net zo winstgevend kon zijn als slavernij. In werkelijkheid creëerde het een nieuw systeem van gebonden arbeid, gekenmerkt door uitbuiting, schuldslavernij en staatsgecontroleerde repressie.
Waar kwamen de contractarbeiders vandaan en onder welke voorwaarden?
De overgrote meerderheid van de bijna 450.000 contractarbeiders die naar Mauritius werden gebracht, kwam uit India. Ronselaars, bekend als arkatis in Noord-India en maistris in Zuid-India, rekruteerden actief in regio's die zwaar waren getroffen door armoede, hongersnood en de sociale ontwrichting veroorzaakt door het Britse koloniale beleid. De belangrijkste herkomstgebieden waren:
- De Bhojpuri-sprekende regio's van Bihar en Uttar Pradesh in Noord-India.
- Later ook grote aantallen uit de havensteden Calcutta, Madras (Chennai) en Bombay (Mumbai).
- Kleinere groepen kwamen ook uit China, Mozambique, Madagaskar en Zuidoost-Azië, maar Indiërs vormden de ruggengraat van het systeem.
Ze tekenden een contract (de girmit), meestal voor vijf jaar, in ruil voor een passage, een schamel loon, huisvesting en voedselrantsoenen. De omstandigheden van de reis waren verschrikkelijk, met hoge sterftecijfers door ziekte en ondervoeding. Bij aankomst werden ze in de Aapravasi Ghat in Port Louis 'verwerkt' en toegewezen aan suikerplantages, waar ze onderworpen waren aan de totale controle van de plantage-eigenaar.
Hoe verschilde contractarbeid in de praktijk van slavernij?
Juridisch gezien waren er verschillen: contractarbeiders waren geen eigendom, ontvingen een (extreem laag) loon en hun contract had een einddatum. Maar in de dagelijkse praktijk vervaagden deze onderscheidingen snel tot bijna irrelevantie. De historicus Hugh Tinker beschreef het systeem treffend als “A New System of Slavery”. De continuïteit met slavernij was overduidelijk:
- Controle: Arbeiders waren via repressieve wetten aan de plantage gebonden. Zonder een pasje van hun werkgever werden ze als 'vagebond' gearresteerd. Contractbreuk werd met gevangenisstraf en dwangarbeid bestraft.
- Geweld: Fysieke bestraffing, hoewel officieel illegaal, was wijdverbreid en werd door de koloniale autoriteiten oogluikend toegestaan. Opzichters (sirdars) gebruikten geweld om de productiviteit af te dwingen.
- Schuldslavernij: Lonen werden vaak ingehouden voor vermeende overtredingen, en arbeiders moesten betalen voor rantsoenen en huisvesting, waardoor ze in een permanente staat van schuld verkeerden die hen dwong hun contract te verlengen.
De kern van het systeem – het onderwerpen van een raciaal onderscheiden groep mensen aan dwangarbeid ten behoeve van de winst van een kleine elite – was identiek aan dat van de slavernij.
"Wij werden misleid door de ronselaars en hun agenten. We kregen te horen dat we slechts een paar uur per dag hoefden te werken, maar we werden als slaven behandeld. We werden geslagen, kregen ons loon niet, en als we ziek waren, werd ons loon gekort en kregen we geen goede medische zorg."
— Klacht van contractarbeiders, ingediend bij een onderzoekscommissie in 1872.
Wat was de rol van de Aapravasi Ghat in dit systeem?
De Aapravasi Ghat ('Immigratiedepot' in het Hindi) in Port Louis was het epicentrum van het contractarbeidsysteem. Deze reeks gebouwen aan de kade was de eerste plek op Mauritiaanse bodem voor vrijwel elke contractarbeider uit India. Tussen 1849 en 1923 werden hier meer dan 420.000 mensen geregistreerd en medisch gekeurd. Na de slopende zeereis werden de arbeiders hier van boord gehaald, 'ontsmet', en hun gegevens werden minutieus vastgelegd in registers: naam, leeftijd, kaste, herkomstdorp en een identificatienummer. Vervolgens werden ze 'verdeeld' onder de verschillende suikerplantages die arbeid hadden aangevraagd. De Aapravasi Ghat functioneerde als een efficiënte verwerkingsmachine voor menselijk kapitaal. Het was een poort naar een nieuw leven, maar ook een symbool van de ontmenselijking en de bureaucratische controle die de kern vormden van het 'Grote Experiment'. Vandaag de dag is de site door UNESCO erkend als Werelderfgoed, een monument ter herinnering aan de miljoenen contractarbeiders die over de hele wereld werden verspreid.
Vergelijking: Slavernij vs. Contractarbeid in Mauritius
| Kenmerk | Chattel Slavernij (tot 1835) | Contractarbeid (na 1834) |
|---|---|---|
| Juridische status | Eigendom (bien meuble), kon worden gekocht/verkocht. | Juridisch 'vrij' persoon, gebonden aan een contract. |
| Arbeidsrelatie | Onbetaalde dwangarbeid voor het leven. | Betaalde arbeid voor een vaste termijn (meestal 5 jaar). |
| Herkomst | Oost-Afrika, Madagaskar. | Voornamelijk Brits-India. |
| Controlemiddel | Fysieke ketens, Code Noir, geweld, brandmerken. | Contractwetten, schuldslavernij, pasjessysteem, geweld. |
| Einde van dienst | Dood of manumissie (zeldzaam). | Einde van het contract (met optie tot repatriëring of hercontractering). |
| Officiële ideologie | Raciale inferioriteit. | 'Vrije' arbeid en 'beschavingsmissie'. |
Welke economische en demografische gevolgen had dit systeem?
De gevolgen waren monumentaal en bepalen Mauritius tot op de dag van vandaag. Economisch zorgde de constante stroom van goedkope, controleerbare arbeid voor een explosieve groei van de suikerindustrie. De productie verviervoudigde tussen 1830 en 1860, waardoor Mauritius de belangrijkste suikerproducent van het Britse Rijk werd en de plantage-eigenaren immense rijkdom vergaarden. Demografisch was de impact nog groter. De massale aankomst van Indische arbeiders veranderde de bevolkingssamenstelling van het eiland permanent. Rond 1871 was twee derde van de bevolking van Indische afkomst. Dit creëerde de unieke multi-etnische, multireligieuze en meertalige samenleving die Mauritius nu kenmerkt. Het legde echter ook de basis voor een nieuwe sociale hiërarchie. De witte, voornamelijk Franstalige elite behield de economische macht. De Indo-Mauritiaanse meerderheid verwierf na verloop van tijd politieke invloed, terwijl de Creoolse bevolking, afstammelingen van de tot slaaf gemaakten, vaak sociaaleconomisch en politiek gemarginaliseerd raakte.
Hoe wordt deze geschiedenis vandaag de dag in Mauritius herdacht?
De herdenking van de slavernij en contractarbeid in Mauritius is complex en gelaagd. Officieel worden beide geschiedenissen erkend. Er zijn twee belangrijke UNESCO Werelderfgoedsites die deze periodes markeren:
- Le Morne Brabant: Deze iconische berg in het zuidwesten van het eiland was een toevluchtsoord voor ontsnapte slaven (marrons). De mondelinge overlevering vertelt dat op 1 februari 1835, de dag van de afschaffing, soldaten naar de berg werden gestuurd om het nieuws te brengen, maar de marrons dachten dat ze gevangen zouden worden genomen en sprongen van de rotsen hun dood tegemoet. De berg is nu een krachtig symbool van de strijd voor vrijheid en het verzet tegen slavernij.
- Aapravasi Ghat: Het immigratiedepot in Port Louis wordt herdacht als de plaats waar de voorouders van de meerderheid van de huidige Mauritiaanse bevolking het eiland binnenkwamen.
Ondanks deze formele erkenning, is er in de samenleving een voelbare spanning. De herdenkingen lopen vaak langs etno-culturele lijnen. 1 februari (Afschaffing van de Slavernij) is een belangrijke dag voor de Creoolse gemeenschap, terwijl 2 november (Aankomst van Contractarbeiders) centraal staat voor de Indo-Mauritiaanse gemeenschap. Critici wijzen erop dat de Creoolse gemeenschap, als afstammelingen van slaven, nog steeds worstelt met de erfenis van marginalisering, en dat de herdenking van slavernij minder prominent is in het nationale verhaal dan die van contractarbeid.
Zijn er ooit herstelbetalingen geëist of betaald?
De kwestie van herstelbetalingen (reparations) is in Mauritius, net als in veel andere postkoloniale naties, een gevoelig en grotendeels onopgelost vraagstuk. Er zijn nooit formele herstelbetalingen gedaan door de voormalige koloniale machten (Nederland, Frankrijk of het Verenigd Koninkrijk) aan de afstammelingen van tot slaaf gemaakten of contractarbeiders. De enige grootschalige financiële transactie was de compensatie die in 1835 aan de slavenhouders werd betaald. Binnen Mauritius zelf zijn er wel discussies en eisen, met name vanuit de Creoolse gemeenschap, die stelt dat de historische onrechtvaardigheid van de slavernij direct heeft geleid tot hun huidige sociaaleconomische achterstand. Organisaties en activisten pleiten voor vormen van herstel, niet noodzakelijk als individuele betalingen, maar via investeringen in onderwijs, landhervorming en gemeenschapsontwikkeling voor de meest gemarginaliseerde groepen. Op nationaal niveau heeft de Mauritiaanse regering zich aangesloten bij de CARICOM (Caribische Gemeenschap) in hun 'Tienpuntenplan voor Herstelrecht', dat de voormalige Europese koloniale machten oproept tot een formele verontschuldiging en het aangaan van een dialoog over herstelbetalingen voor de misdaden van slavernij en genocide.
Wat zijn de hedendaagse echo's van dit koloniale arbeidsmodel?
De architectuur van uitbuiting die in het 19e-eeuwse Mauritius werd geperfectioneerd – het verplaatsen van kwetsbare bevolkingsgroepen over lange afstanden om te voorzien in de vraag naar goedkope, rechteloze arbeid – is vandaag de dag nog steeds pijnlijk herkenbaar. Het 'Grote Experiment' was in feite een blauwdruk voor de moderne systemen van migratiearbeid die we zien in de Golfstaten, Zuidoost-Azië en elders. De mechanismen zijn vaak identiek: ronselaars in arme landen, misleidende contracten, het inhouden van paspoorten, schuldslavernij door wervingskosten, erbarmelijke leefomstandigheden en de dreiging van deportatie bij protest. De juridische status is veranderd, maar de dynamiek van macht en uitbuiting blijft intact. De suikerrietvelden van Mauritius zijn misschien vervangen door de bouwplaatsen van Dubai of de fabrieken van Maleisië, maar het model van een vervangbare, rechteloze en raciaal onderscheiden arbeidersklasse ten dienste van kapitaalaccumulatie is een directe erfenis van de koloniale systemen die op eilanden als Mauritius werden uitgetest en geperfectioneerd.
Bronnen & verder lezen
- UNESCO World Heritage Centre: Aapravasi Ghat
- UNESCO World Heritage Centre: Le Morne Cultural Landscape
- Carter, M. & Torabully, K. (2002). Coolitude: An Anthology of the Indian Labour Diaspora. Anthem Press.
- Tinker, H. (1974). A New System of Slavery: The Export of Indian Labour Overseas, 1830-1920. Oxford University Press.
- Legacies of British Slavery Database (University College London) voor gegevens over compensatie aan slavenhouders.
- Allen, R. B. (1999). Slaves, Freedmen and Indentured Laborers in Colonial Mauritius. Cambridge University Press.
Veelgestelde vragen
- Wat was het 'Grote Experiment' in Mauritius?
- Het 'Grote Experiment' was de Britse koloniale term voor de grootschalige import van contractarbeiders, voornamelijk uit India, na de afschaffing van de slavernij in 1835. Het doel was om een 'vrije' maar controleerbare en goedkope beroepsbevolking te creëren voor de suikerplantages, ter vervanging van de tot slaaf gemaakte Afrikanen.
- Wie was verantwoordelijk voor de slavernij en contractarbeid in Mauritius?
- De slavernij werd geïntroduceerd door de Nederlanders in de 17e eeuw en massaal uitgebreid door de Fransen (1715-1810). De Britten namen het eiland in 1810 over, handhaafden de slavernij en implementeerden na 1835 het systeem van contractarbeid. De suikerplantage-eigenaren waren de directe profiteurs van beide systemen.
- Hoeveel mensen werden het slachtoffer van deze systemen?
- Tijdens de Franse periode werden tienduizenden Afrikanen en Malagassiërs tot slaaf gemaakt; in 1835 waren er ongeveer 68.616 tot slaaf gemaakten. Tussen 1834 en de vroege jaren 1920 werden ongeveer 450.000 contractarbeiders uit India naar Mauritius verscheept. De sterftecijfers tijdens de overtocht en op de plantages waren aanzienlijk.
- Waarom wordt contractarbeid soms als 'beter' dan slavernij gezien?
- Dit is een koloniale mythe. Voorstanders benadrukten dat het een contract was met een einddatum en een (minimaal) loon. In de praktijk creëerden schuldslavernij, repressieve 'vagebondenwetten', beperkte bewegingsvrijheid en bruut fysiek geweld omstandigheden die nauwelijks van slavernij te onderscheiden waren. Het was een voortzetting van uitbuiting met een juridisch fineer.
- Wat is de hedendaagse erfenis van slavernij en contractarbeid in Mauritius?
- De systemen hebben de unieke multiculturele maar ook sociaal gelaagde samenleving van Mauritius gevormd. De afstammelingen van contractarbeiders (Indo-Mauritianen) vormen de meerderheid, terwijl de Creoolse afstammelingen van slaven vaak nog steeds sociaaleconomisch gemarginaliseerd zijn. UNESCO-sites zoals Le Morne en Aapravasi Ghat herinneren aan deze pijnlijke geschiedenis.